excessief

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ex·ces·sief
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van exces met het achtervoegsel -ief
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen excessief excessiever excessiefst
verbogen excessieve excessievere excessiefste
partitief excessiefs excessievers -

Bijvoeglijk naamwoord

excessief

  1. (medisch) overdreven
     Siebelink heeft zich zijn hele schrijversleven verbonden gevoeld met Ferron. "Wij wilden allebei de literatuur veranderen", zei Siebelink recent. "Geen Hollands realisme, maar overdadigheid: excessief en hartstochtelijk."[1]
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be