exceptioneel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ex·cep·ti·o·neel
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘uitzonderlijk’ voor het eerst aangetroffen in 1839 [1]
  • afgeleid van exceptie met het achtervoegsel -eel [2]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen exceptioneel exceptioneler exceptioneelst
verbogen exceptionele exceptionelere exceptioneelste
partitief exceptioneels exceptionelers -

Bijvoeglijk naamwoord

exceptioneel [3]

  1. uitzonderlijk
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen