eventjes
Uiterlijk
- even·tjes
eventjes [2]
- in weinig tijd of met weinig inspanning
- Ik heb eventjes het raam opengezet.
- Nederlands leren doe je niet zomaar er eventjes tussendoor.
- ▸ Het hoost, eventjes gaan de parkeerplaats en het meer in elkaar over.[3]
- ▸ Als ze überhaupt naar de radio luisteren willen ze muziek, of iets onschuldigs of nadrukkelijk neutraals, sport of comedy, iets met een spelelement waarin de dingen eventjes belangrijk en dan weer onbelangrijk zijn, komen en gaan en geen spoor nalaten.[4]
- amper
- Zij was eventjes 18 jaar oud.
- Het woord eventjes staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "eventjes" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[5] |
- ↑ eventjes op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ Johan Harstad“Max, Mischa & het Tet-offensief” (2017), Podium (uitgeverij), ISBN 9789057598500
- ↑ Samantha Harvey“In Orbit” (2024), De Bezige Bij
, ISBN 9789403135625 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -tjes in het Nederlands
- Bijwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %