Naar inhoud springen

eventjes

Uit WikiWoordenboek
  • even·tjes

eventjes [2]

  1. in weinig tijd of met weinig inspanning
    • Ik heb eventjes het raam opengezet. 
    • Nederlands leren doe je niet zomaar er eventjes tussendoor. 
     Het hoost, eventjes gaan de parkeerplaats en het meer in elkaar over.[3]
     Als ze überhaupt naar de radio luisteren willen ze muziek, of iets onschuldigs of nadrukkelijk neutraals, sport of comedy, iets met een spelelement waarin de dingen eventjes belangrijk en dan weer onbelangrijk zijn, komen en gaan en geen spoor nalaten.[4]
  2. amper
    • Zij was eventjes 18 jaar oud. 
100 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[5]
  1. eventjes op website: Etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. Johan Harstad
    “Max, Mischa & het Tet-offensief” (2017), Podium (uitgeverij), ISBN 9789057598500
  4. Samantha Harvey
    “In Orbit” (2024), De Bezige Bij op Wikipedia, ISBN 9789403135625
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be