evenaarde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • eve·naar·de

Werkwoord

vervoeging van
evenaren

evenaarde

  1. enkelvoud verleden tijd van evenaren
    • Ik evenaarde. 
    • Jij evenaarde. 
    • Hij, zij, het evenaarde.