evacuee
Uiterlijk
- eva·cu·ee
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | evacuee | evacuees |
| verkleinwoord | evacueetje | evacueetjes |
evacuee
- vrouwspersoon die door de ontruiming van een gebied naar een andere plaats moest gaan
- vrouwelijke vorm van evacué
- Het woord evacuee staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.