eurodollartje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • eu·ro·dol·lar·tje

Zelfstandig naamwoord

eurodollartje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord eurodollar