etenstijd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • etens·tijd
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord etenstijd etenstijden
verkleinwoord etenstijdje etenstijdjes

Zelfstandig naamwoord

etenstijd m

  1. het moment waarop er (gebruikelijkerwijs) gegeten wordt
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be