estomper
Uiterlijk
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| estomper |
estompais |
estompé |
| eerste groep | volledig | |
estomper
- overgankelijk doezelen; een stof door middel van een doezelaar dun uitwrijven.
- overgankelijk (figuurlijk) vervagen; vaag maken
- wederkerend (figuurlijk) vervagen; vaag worden
- ↑ estomper (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
.