escapes

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • es·capes
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

escapes mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord escape

Gangbaarheid


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
escapar

escapes

  1. aanvoegende wijs tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van escapar
  2. gebiedende wijs (ontkennend) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van escapar