ergeben
Uiterlijk
- er·ge·ben
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| ergeben |
ergab |
ergeben |
| Klasse 5 sterk | volledig | onscheidbaar |
ergeben
- overgankelijk opleveren, als resultaat hebben
- wederkerend sich: berusten zich overgeven, zich gewonnen geven, zich schikken
- wederkerend sich ontstaan, voortkomen uit