erfgoed

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

[3] tegen aan de muur van een cultureel erfgoed
Uitspraak
Woordafbreking
  • erf·goed
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van erf, (stam van het werkwoord erven) en goed
enkelvoud meervoud
naamwoord erfgoed erfgoederen
verkleinwoord erfgoedje erfgoedjes

Zelfstandig naamwoord

erfgoed [1] o

  1. bezit dat bij erfenis overgaat
  2. goed dat in het vooruitzicht is gesteld
  3. dat wat van vroegere generaties is overgebleven in de moderne tijd zoals bijvoorbeeld cultuur, ideeën en goederen
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. Woordenboek der Nederlandse taal