erfgoed

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • erf·goed
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van erf, (stam van het werkwoord erven) en goed
enkelvoud meervoud
naamwoord erfgoed erfgoederen
verkleinwoord erfgoedje erfgoedjes

Zelfstandig naamwoord

erfgoed o

  1. bezit dat bij erfenis overgaat
  2. goed dat in het vooruitzicht is gesteld
    erfgoed bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie