episcopaat

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • epis·co·paat
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord episcopaat episcopaten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

episcopaat o [2]

  1. bisschoppelijke waardigheid
  2. de bisschoppen samen
  3. bisdom
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

72 % van de Nederlanders
71 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen