epenthesis

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • epen·the·sis
Woordherkomst en -opbouw
  • Via het Laatlatijn uit het Oudgrieks ἐπένθεσις (epenthesis), van ἐπεντίθημι (epentithēmi) ‘ik voeg in’, van ἐπί (epi) + ἐντίθημι (entithēmi) ‘ik steek in’, van ἐν (en) ‘in’ + τίθημι (tithēmi) ‘ik plaats, stel’.
enkelvoud meervoud
naamwoord epenthesis epentheses
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

epenthesis v

  1. (taalkunde) de inlassing van een klank of lettergreep in een woord
    • Vele Nederlandse woorden bevatten een epenthesis om twee zelfstandige naamwoorden te verbinden. 


Meer informatie

Gangbaarheid