eoceen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • eo·ceen
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord eoceen -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

eoceen o

  1. (geologie) geologisch tijdperk waarin de hoefdieren en walvissen zich sterk ontwikkelden, tweede tijdvak van de periode paleogeen, van 56 tot 34 miljoen jaar geleden
Schrijfwijzen
  • Vóór 2006 was de spelling Eoceen. In specialistische publicaties blijft volgens de Taalunie spelling met een hoofdletter mogelijk, zie hier.
Hyperoniemen
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen
stellend
onverbogen eoceen
verbogen eocene
partitief eoceens

Bijvoeglijk naamwoord

eoceen

  1. uit het eoceen, of met betrekking tot dat tijdperk

Gangbaarheid

36 % van de Nederlanders;
55 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen