entertainer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • en·ter·tai·ner
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord entertainer entertainers
verkleinwoord entertainertje entertainertjes

Zelfstandig naamwoord

entertainer m

  1. artiest die het publiek met liedjes, grapjes en verhalen vermaakt
    • Het zal geen toeval zijn dat Arjen Lubach en zijn eindredacteur Janine Abbring uit Groningen komen. Ook entertainer Freek de Jonge, geboren in die provincie, voert al een tijdje actie tegen het afschepen van mensen op een manier waar de NAM in de Randstad vermoedelijk niet mee weg zou komen. [2] 
Synoniemen
Hyponiemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. entertainer op website: Etymologiebank.nl
  2. NRC Hans Beerekamp 30 januari 2017