enteren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • en·te·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
enteren
enterde
geënterd
zwak -d volledig

Werkwoord

enteren

  1. (scheepvaart) aan boord gaan en overnemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
enterar

enteren

  1. aanvoegende wijs derde persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van enterar
  2. gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van enterar