engelen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • en·ge·len

Zelfstandig naamwoord

engelen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord engel

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.