engageerde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • en·ga·geer·de

Werkwoord

vervoeging van
engageren

engageerde

  1. enkelvoud verleden tijd van engageren
    • Ik engageerde. 
    • Jij engageerde. 
    • Hij, zij, het engageerde.