engañar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • en·ga·ñar

Werkwoord

engañar

stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
engañar
engañaba
engañado
volledig
  1. (onovergankelijk) bedriegelijk zijn, leugenachtig
  2. (overgankelijk) bedriegen, misleiden, verlakken
  3. ontrouw zijn
  4. verleiden, verlokken
Verwante begrippen
Synoniemen