encyclopedist

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • en·cy·clo·pe·dist
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord encyclopedist encyclopedisten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

encyclopedist m

  1. medewerker aan een encyclopedie
  2. (filosofie) (geschiedenis) aanhanger van een filosofische stroming die kennis verzamelde en zeer kritisch stond tegenover de kerk, de absolute vorsten en het alom heersende bijgeloof
    encyclopedist bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Vertalingen

Meer informatie