empapar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • em·pa·par

Werkwoord

empapar

stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
empapar
empapaba
empapado
volledig
  1. (overgankelijk) doorweken, doordrenken, nat maken
  2. deppen, opnemen, absorberen
Synoniemen