embourgeoiser
Uiterlijk
- van bourgeois zn met het voorvoegsel em- met het achtervoegsel -er, geattesteerd sinds de 18de eeuw [1]
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| embourgeoiser |
embourgeoisais |
embourgeoisé |
| eerste groep | volledig | |
embourgeoiser
- overgankelijk verburgerlijken
- overgankelijk respectabel maken; aanzien geven
- wederkerend s' ~: de gewoonten van de bourgeois aannemen
- ↑ embourgeoiser (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
.