embouchure
Uiterlijk
- Geluid: embouchure (hulp, bestand)
- IPA: / ɑmbu'ʃyrə / (4 lettergrepen)
- em·bou·chu·re
- Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘mondstuk van blaasinstrument’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1824 [1] [2][3]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | embouchure | embouchures |
| verkleinwoord | - | - |
de embouchure v
- (muziek) capaciteit om op een mondstuk te blazen
- Het woord embouchure staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "embouchure" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ embouchure op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- Geluid: embouchure (hulp, bestand)
- IPA: /ɑ̃.by.ʃyʁ/
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| embouchure | l'embouchure | embouchures | les embouchures |
embouchure v
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 10
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Muziek in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 10
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Achtervoegsel -ure in het Frans
- Zelfstandig naamwoord in het Frans
- Aardrijkskunde in het Frans
- Muziek in het Frans