emballer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Frans

Uitspraak

Werkwoord

emballer

  1. (spreektaal) verleiden, versieren
    «J’ai discuté toute la soirée avec Isabelle, mais j’ai pas réussi à l’emballer
    Ik heb de hele avond met Isabelle gepraat maar het is me niet gelukt haar te versieren. [1]
  2. (spreektaal) (tong)zoenen

s’emballer

  1. wederkerend (spreektaal) zich druk maken, zich opwinden
    «Ne t'emballe pas, c'est pas encore sûr!»
    Maak je niet druk, het is nog niet zeker! [1]

Verwijzingen