elkaars

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • el·kaars

Wederkerig voornaamwoord

nominatief genitief
elkaar elkaars

elkaars

  1. genitief van elkaar
    • We maken de schoenen van elkaar schoon. => We maken elkaars schoenen schoon. 

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.