Naar inhoud springen

elideert

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • eli·deert

Werkwoord

vervoeging van
elideren

elideert

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van elideren
    • Jij elideert. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van elideren
    • Hij elideert. 
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van elideren
    • Elideert! 

Gangbaarheid