elfmaal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • elf·maal
Woordherkomst en -opbouw

Telbijwoord

elfmaal

  1. met elf herhalingen, in elf gevallen

Gangbaarheid

64 % van de Nederlanders;
71 % van de Vlamingen.