elektronisch

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

elektronische warmtemeter
Uitspraak
Woordafbreking
  • elek·tro·nisch
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen elektronisch elektronischer
verbogen elektronische elektronischere
partitief elektronisch elektronischers -

Bijvoeglijk naamwoord

elektronisch

  1. (techniek) functionerend middels geregelde elektrische stromen
    • De elektronische industrie heeft in de twintigste eeuw een gigantische ontwikkeling ondergaan. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen