elektronicus
Uiterlijk
- Geluid: elektronicus (hulp, bestand)
- IPA: / elɛkˈtroniˌkʏs / (5 lettergrepen)
- elek·tro·ni·cus
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | elektronicus | elektronici |
| verkleinwoord |
de elektronicus m
- (beroep) iemand die zich beroepsmatig bezig houdt met de electronica
- ▸ De Red E werd vrijdagavond in De Grolsch Veste onthuld onder toeziend oog van zo'n 300 belangstellenden en ondervindt op de weg evenveel weerstand als een colablikje. Het verbruik is ook miniem: “Met een snelheid van 80 kilometer per uur verbruikt de Red E net zoveel als een tosti-ijzer,” aldus elektronicus Rob Kräwinkel.[1]
- Het woord elektronicus staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Weblink bron Joost Dijkgraaf“Kleinste Twentse zonneauto ooit staat voor grootste uitdaging” (21 jun. 2019), Tubantia
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 12
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 5 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Voorvoegsel elektro- in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Beroep in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal