eisprong

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ei·sprong
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord eisprong eisprongen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

eisprong m

  1. (biologie) het tijdstip dat de eicel door de eierstok wordt afgestoten
    • Na de eisprong kan er nog een aantal uren een bevruchting plaats vinden. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie