eigenzinnig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ei·gen·zin·nig
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstellende afleiding van eigen en zin met het achtervoegsel -ig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen eigenzinnig eigenzinniger eigenzinnigst
verbogen eigenzinnige eigenzinnigere eigenzinnigste
partitief eigenzinnigs eigenzinnigers -

Bijvoeglijk naamwoord

eigenzinnig

  1. van een persoon dat die persoon dingen op zijn eigen manier doet ook als die afwijken van de andere mensen
    De eigenzinnige man ging niet meer op vakantie en vond auto's een verouderde techniek.
Vertalingen