eigenzinnig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ei·gen·zin·nig
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstellende afleiding van eigen en zin met het achtervoegsel -ig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen eigenzinnig eigenzinniger eigenzinnigst
verbogen eigenzinnige eigenzinnigere eigenzinnigste
partitief eigenzinnigs eigenzinnigers -

Bijvoeglijk naamwoord

eigenzinnig

  1. van een persoon dat die persoon dingen op zijn eigen manier doet ook als die afwijken van de andere mensen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.