eigendunk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ei·gen·dunk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord eigendunk -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

eigendunk m [2]

  1. overdreven hoge opvatting van eigen mogelijkheden
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal