egoïstisch

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ego·is·tisch
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen egoïstisch egoïstischer
verbogen egoïstische egoïstischere
partitief egoïstisch egoïstischers -

Bijvoeglijk naamwoord

egoïstisch [1]

  1. (psychologie) zelfzuchtig, gefocust op eigen voordeel
    • Het bedrijf van die egoïstische man is gisteren failliet gegaan. 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen