egoïst

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ego·ist
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van Latijn ego met het achtervoegsel -ist
enkelvoud meervoud
naamwoord egoïst egoïsten
verkleinwoord egoïstje egoïstjes

Zelfstandig naamwoord

egoïst m

  1. een zelfzuchtig persoon
    • Veel mensen hebben een hekel aan egoïsten. 
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie