egde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • eg·de

Werkwoord

vervoeging van
eggen

egde

  1. enkelvoud verleden tijd van eggen
    • Ik egde. 
    • Jij egde. 
    • Hij, zij, het egde.