egaliseerde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ega·li·seer·de

Werkwoord

vervoeging van
egaliseren

egaliseerde

  1. enkelvoud verleden tijd van egaliseren
    • Ik egaliseerde. 
    • Jij egaliseerde. 
    • Hij, zij, het egaliseerde.