Naar inhoud springen

effraie

Uit WikiWoordenboek
Une effraie
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  effraie     l'effraie     effraies     les effraies  

effraie v

  1. (uilen) kerkuil
    « L'effraie c'est une oiseau nocturne.»
    De kerkuil is een nachtvogel.
vervoeging van
effrayer

effraie

  1. eerste en derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van effrayer
  2. eerste en derde persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van effrayer
  3. tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs (impératif présent) van effrayer