eets chajiem

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
1 de levensboom in het paradijs
2 stok waaromheen een boekrol met de Tora opgerold wordt

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • eets cha·jiem
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord eets chajiem atsee chajiem
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

eets chajiem v/m

  1. (Jiddisch-Hebreeuws) de levensboom (in het paradijs)
  2. (Jiddisch-Hebreeuws) stok waaromheen een boekrol met de Tora opgerold wordt

Gangbaarheid

Verwijzingen