eetgelegenheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

eetgelegenheid de Zwarte Haan
Uitspraak
Woordafbreking
  • eet·ge·le·gen·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord eetgelegenheid eetgelegenheden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

eetgelegenheid v [1]

  1. plaats waar mensen tegen betaling kunnen eten
    • Lokale overheden kunnen het voortouw nemen. Gemeenten die de gezondheid van hun burgers hoog in het vaandel hebben, kunnen initiatief tonen om het straatbeeld gezond te maken. Dat kan bijvoorbeeld door het vergunningenbeleid voor eetgelegenheden aan te scherpen. Zitten we echt te wachten op nog een fastfoodketen? Op deze manier ontstaat er een betere balans in het aanbod en wordt de gezonde keuze inderdaad de makkelijke keuze.[2] 
    • Boerderijrestaurant Aan Sjuuteeänjd is door restaurantgids GaultMillau uitgeroepen tot duurzaamste eetgelegenheid van Nederland. Dat leek ons wel een bezoekje waard. Daarvoor moeten we naar Schinnen in Zuid-Limburg, want daar zit Aan Sjuuteeänjd.[3]  
Hyponiemen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Martijn Katan e.a. 25 april 2017
  3. Volkskrant Mac van Dinther 4 februari 2017