eervol

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • eer·vol
Woordherkomst en -opbouw
  • samenstelling van eer en vol
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen eervol eervoller eervolst
verbogen eervolle eervollere eervolste
partitief eervols eervollers -

Bijvoeglijk naamwoord

eervol [1]

  1. eer brengend, verschaffend
    • Hij behaalde op de Olympische Spelen een eervolle eerste plaats bij het hoogspringen. 
  2. zonder gezichtsverlies
    • Het leger had dan wel de slag verloren maar kreeg van de vijand wel een eervolle aftocht aangeboden. 
  3. eervolle vermelding: geen prijs verdienend maar toch een goede prestatie geleverd hebbend
    • Hoewel hij geen medaille had gewonnen, kreeg hij wel een eervolle vermelding. 
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandse taal