eerbied

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • eer·bied
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord eerbied -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

eerbied m

  1. een gevoel van bewondering
    • Hij had veel eerbied voor de oude man. 
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord eerbied -

Zelfstandig naamwoord

eerbied

  1. eerbied