eenzaamheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • een·zaam·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord eenzaamheid eenzaamheden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

eenzaamheid v

  1. de hoedanigheid van het eenzaam zijn
    • Eenzaamheid die niet bang maakt. Durf om alleen verder te gaan. [1] 
  2. het gevoel eenzaam te zijn
    • De eenzaamheid speelt je parten. 
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Herzen, Frank De zoon van de woordbouwer 1970 ISBN 9062805450 pagina 24