Naar inhoud springen

eenzaamheid

Uit WikiWoordenboek
  • een·zaam·heid
enkelvoud meervoud
naamwoord eenzaamheid eenzaamheden
verkleinwoord - -

deeenzaamheidv

  1. de hoedanigheid van het eenzaam zijn
    • Eenzaamheid die niet bang maakt. Durf om alleen verder te gaan. [1] 
     Het boek behandelt onze relatie met de nieuwsmedia, onze ideeën over liefde en seks, onze veronderstellingen over geld en onze carrières, onze houding ten opzichte van dieren en de natuur, onze bewondering voor wetenschap en technologie, ons geloof in individualisme en secularisme - en onze verhouding tot rust en eenzaamheid.[2]
     Dat Olive haar aandacht naar iemand anders had verlegd, was een kloppende zweer, een eigenaardig soort kwelling; de eenzaamheid was lastig te meten zolang de bron ervan zich voor haar ogen bevond, de trap op en af liep, door de boomgaard, de voordeur uit en weg.[3]
  2. (psychologie) het gevoel eenzaam te zijn
    • De eenzaamheid speelt je parten. 
     Tot op dat moment had ik nooit echt geweten wat eenzaamheid was.[3]
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[4]
  1. Herzen, Frank
    De zoon van de woordbouwer 1970 ISBN 9062805450 pagina 24
  2. “Hoe overleef ik de moderne wereld” (2022), Atlas Contact op Wikipedia, ISBN 9789045045979
  3. 1 2
    Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be