eenheidsstaat

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

de eenheidsstaten van de wereld
Uitspraak
Woordafbreking
  • een·heids·staat
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord eenheidsstaat eenheidsstaten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

eenheidsstaat m [1]

  1. staat waarvan de macht uitsluitend bij een centrale overheid ligt
    • Wanneer ontstond het Nederlandse wij-gevoel? „Historici zijn het er niet over eens. Sommigen gaan terug naar de Middeleeuwen, anderen leggen het beginpunt pas in 1798, als de patriotten een Bataafse eenheidsstaat proclameren. Ik denk dat het begint bij de Opstand tegen Spanje in de 16de eeuw.”[2] 
    • De eenheidsstaat Irak vertoont steeds diepere scheuren. Terwijl strijders van het jihadleger ISIS in verrassend hoog tempo oprukten richting Bagdad, namen Koerdische troepen de noordelijke oliestad Kirkuk in die door regeringstroepen was verlaten.[3]  
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Dirk Vlasblom 6 maart 2017
  3. Volkskrant 13 juni 2014