eenentwintigen
Uiterlijk
- een·en·twin·ti·gen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| eenentwintigen |
eenentwintigde |
geëenentwintigd |
| zwak -d | volledig | |
eenentwintigen
- inergatief (kaartspel) kaartspel waarbij men door kaarten bij te vragen zo dicht mogelijk bij de 21 punten moet zien te komen
- Het was tijd om te eenentwintigen en Ivo haalde de kaarten tevoorschijn.[1]
- Het woord eenentwintigen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ De Busreis, E. Stok, 2006, p.15
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 14
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Zwak werkwoord (-d) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Niet-samengesteld werkwoord in het Nederlands
- Inergatief werkwoord in het Nederlands
- Kaartspel in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal