eek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • eek
enkelvoud meervoud
naamwoord eek -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

eek v/m

  1. (leerbewerking) eikenschors, eertijds gebruikt als looimiddel
    • Wanneer eek in de laaf met water wordt aangemaakt wordt het run genoemd. 

Gangbaarheid

42 % van de Nederlanders;
47 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be