eega

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Melania Trump de eega van de 45ste president van de VS
Uitspraak
Woordafbreking
  • ee·ga
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord eega eega's
verkleinwoord eegaatje eegaatjes

Zelfstandig naamwoord

eega v/m

  1. (formeel) een echtgenoot of echtgenote
    Ze besloot niet meer bij haar eega te blijven.
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl