edele

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ede·le
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van edel met het achtervoegsel -e
enkelvoud meervoud
naamwoord edele edelen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

edele v/m

  1. (adel) iemand van adel, een adellijk persoon
    • De edele zorgde dat het landgoed goed werd bestuurd. 
     Als een slordige s in spiegelbeeld was het kanaal over de stadsplattegrond gekalkt door een dronken ontwerper die sadistisch lachte toen hij zag hoe zijn ingreep de stad zo goed als onbegaanbaar had gemaakt voor de flanerende edelen met hun satijnen schoentjes en die pas de volgende dag, weer nuchter, besefte dat hij geheel tegen zijn bedoeling in een magnifieke waterweg had geschapen die alle delen van de stad op een mooie, trage manier met elkaar verbond.[1]
Vertalingen

Bijvoeglijk naamwoord

edele

  1. verbogen vorm van de stellende trap van edel

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Pfeiffer, Ilja Leonard op Wikipedia “Grand Hotel Europa” (2018), De Arbeiderspers op Wikipedia, ISBN 978-90-295-2622-7, p. 22
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Afrikaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • e·de·le

Zelfstandig naamwoord

enkelvoud meervoud
naamwoord edele edeles

edele

  1. (adel) edele