ebbenhout

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Ebbenhout

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • eb·ben·hout
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ebbenhout -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

ebbenhout o

  1. het zwarte en zware hout van een ebbenboom, behorende tot een aantal tropische soorten uit het geslacht Diospyros (familie Ebenaceae)
    • Het gebruik van ebbenhout is vanwege de kostbaarheid van het hout erg beperkt. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord ebbenhout -

Zelfstandig naamwoord

ebbenhout

  1. ebbenhout
Synoniemen