dysartrie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dys·ar·trie
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van het Griekse 'arthron' [lid, gearticuleerde klanken] met het voorvoegsel dys- [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord dysartrie -
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

dysartrie v [2]

  1. (medisch) spraakstoornis die betrekking heeft op de articulatie van de gesproken taal
Vertalingen

Gangbaarheid

40 % van de Nederlanders;
44 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen