dwarsbomen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dwars·bo·men
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
dwarsbomen
dwarsboomde
gedwarsboomd
zwak -d volledig

Werkwoord

dwarsbomen

  1. (overgankelijk) tegenwerken, moeilijkheden geven
    Hij dwarsboomde ons plan om dat land te veroveren.
Synoniemen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

dwarsbomen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord dwarsboom