dwarsbomen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dwars·bo·men
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
dwarsbomen
dwarsboomde
gedwarsboomd
zwak -d volledig

Werkwoord

dwarsbomen

  1. (overgankelijk) tegenwerken, moeilijkheden geven
    Hij dwarsboomde ons plan om dat land te veroveren.
Synoniemen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

dwarsbomen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord dwarsboom

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.