dwarsbomen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dwars·bo·men
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘moeilijkheden in de weg leggen’ voor het eerst aangetroffen in 1872 [1]
  • samenstelling van  dwars   en  bomen  
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
dwarsbomen
dwarsboomde
gedwarsboomd
zwak -d volledig

Werkwoord

dwarsbomen

  1. overgankelijk tegenwerken, moeilijkheden geven
    • Hij dwarsboomde ons plan om dat land te veroveren. 
Synoniemen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

dwarsbomen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord dwarsboom

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen